Kort geleden had ik een gesprekje met iemand uit de gemeente over de eerste liefde waar Openbaring 2 over spreekt, over enthousiasme, over hoe mensen naar de dienst komen of wel of niet meedoen in de dienst. Uit Openbaring 2, vanaf vers 1, de brief: aan Efeze:
1 Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de zeven gouden kandelaren wandelt: 2Ik ken uw werken, uw inspanning en uw volharding, en weet dat u slechte mensen niet kunt verdragen, en dat u hen op de proef hebt gesteld die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat u hebt ontdekt dat zij leugenaars zijn.
3 En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen en u bent niet moe geworden. 4 Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.
5 Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.
6 Maar dit hebt u vóór, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat. 7 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

God zegt hier een aantal dingen over de gemeente. Hij ziet dat er gewerkt wordt, Hij ziet de inspanning, Hij ziet de volharding, het volhouden. Dat is dus aanwezig in de gemeente.
Dat is mooi, dat is een mooie constatering. Je wordt erkend in wat je doet, het wordt gezien.
En er is ook onderscheiding in de gemeente. Slechte invloeden worden herkend. En ze worden niet geduld in de gemeente. Sterker nog: leugenaars zijn ontmaskerd.
Er staat niet direct een verband tussen dat proces en tussen moeilijkheden, maar ik kan me voorstellen dat het er dan lastig aan toe kan gaan in de gemeente.
U hebt moeilijkheden verdragen en volharding getoond. Dat is een mooi compliment. En het wordt nog mooier, God zegt tegen de gemeente: je hebt je ingespannen in Mijn naam en je bent niet moe geworden.
Maar dan, dan komt er een leerpunt: Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde hebt verlaten.
Ik heb daar nog eens over nagedacht. Er staat niet: u bent uw eerste liefde kwijtgeraakt.
Er staat: u hebt uw eerste liefde verlaten. Verlaten is een actief werkwoord.
Het is een handeling. Zoals een man zijn vrouw verlaat, zo heeft de gemeente de eerste liefde voor God verlaten.

Wat God er over zegt is niet mals.
1.Die eerste liefde staat hoog aangeschreven bij God. Er staat letterlijk: bedenk van welke hoogte je bent gevallen.
Denk eens terug waar je hebt gestaan in je geloofsleven. Dat was een hoogtepunt. En het verlaten van je eerste liefde voor God wordt als een val van grote hoogte gezien. Van een hoogtepunt naar een dieptepunt. De vraag is: waar staan wij, als we heel eerlijk zijn?
2.Bekeer je. Heel simpel. Dit is een weg die van God af leidt. Bekeer je daarvan, van het feit dat je de eerste liefde voor God hebt verlaten. Dat is een keuze, dat is een om keer, dat is terugkeren naar die eerste liefde.
3. Doe de eerste werken. De dingen die je hebt gedaan in die tijd van eerste liefde voor God. Misschien het Bijbel lezen, misschien het bidden, misschien het vrijuit praten over je nieuwe ontdekkingen. Doe de eerste werken weer.

En dan eindigt God toch weer met een compliment. Jullie haten ook de leer van de Nikolaieten. Daar is weer die afgodendienst, onreinheid en hoererij. Houd het buiten de deur, net als de gemeente van Efeze.
En dan eindigt God hiermee: Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Wat zegt de Geest nog meer? Tegen de (andere) gemeenten?
Samengevat komt dat op het volgende neer (zie Openbaring 2 en 3):
• accepteer armoede, verdrukking, en lijden, (Smyrna)
• geprezen voor je trouw, maar: houd vast aan de leer van Christus (Pergamum)
• geen misleiding, geen Izebel (valse profeten, afgodendienst, hoererij, manipulatie), (Thyatira)
• de naam levend te zijn of levend zijn? (Sardes)
• het Woord van God in acht nemen, (Filadelfia)
• niet koud of lauw zijn! (Laodicea)

Houd vast wat u hebt staat er een paar keer. Wat hebben we eigenlijk?
En hoe houd je dat vast? Dit is een goed begin, lees Hebreeën 10:24 en 25:
En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.
Heel simpel: om elkaar trouw te zijn, moet je er zijn. Hoe kun je op elkaar letten, elkaar aanvuren en elkaar aansporen als je geen contact hebt?
Wat kunnen we elkaar toch altijd weer bemoedigen als we elkaar ontmoeten. Met verhalen over wat God doet in ons leven. Met een gebed voor de ander. Met een luisterend oor. Daarom moet je de bijeenkomsten die er zijn bezoeken. Zegt de Bijbel. Punt.

Gerdo