Na de zomervakantie begint ons gewone leventje weer. Terug naar school, terug naar je werk en terug naar alle afspraken met de tandarts, met de fysio, met de timmerman, de garage of de dokter. Maar het liefst wil je dat vakantiegevoel vast houden. Ik denk wel eens: is dat nou hoe God het had bedoeld in het paradijs, voor de zondeval. Ontspannen, wandelen, met de dieren spelen, heerlijke geuren in de natuur die er ook nog eens prachtig uit ziet. Geen druk, geen stress, geen zwoegen om te eten, geen zweet op je gezicht, want dat kwam pas na de zondeval. Hoewel de mens wel de hof mocht bewerken en onderhouden. Maar als ik er echt goed over nadenk, dan denk ik: dan is vakantie eigenlijk nog een heel slap aftreksel van het paradijs. En als ik er nog beter over nadenk, was het belangrijkste in het paradijs niet de rust of de afwezigheid van stress, of de mooie natuur of de dieren, maar de relatie met God. In Genesis lezen we dat God bij de wind in de middag door de hof wandelde en dat Hij Adam en Eva riep. En eerder is God ook met Adam in gesprek over de schepping van Eva. De mens en God hadden direct contact, er was een vriendschapsrelatie. Ik moet dan denken aan de preek van Ton Tol, waarin hij zei: zonde is relatiebederf. De zonde van Adam en Eva leidde tot verstoring van de relatie tussen hen en God. En misschien is dat wel wat er misgaat en wat wij missen. We zijn zo druk met ons werk, met de ons gezin, met alles wat moet gebeuren, met het onderhoud van onze rijkdom, dat de relatie met God achteraan in de rij komt te staan. In de vakantietijd komen we vaak tot rust, hebben we meer tijd voor elkaar, zien we het huis niet, zien we de natuur weer waar we anders altijd gehaast aan voorbij gaan en maken we soms meer tijd voor God, waardoor we een heel klein beetje proeven van hoe het zou moeten zijn en misschien wel van herstel van de relatie met God.
De titel van dit stukje is: Ik zal je nooit verlaten. Wij raken misschien wel verwijderd van God, zoals ooit met Adam enEva gebeurde. Maar God zegt: ik zal jou nooit verlaten. De zonde heeft gevolgen, maar God verbreekt de relatie met de mens niet. Ons motto dit jaar is 1 Koningen 8:61 : 6
Laat uw hart volkomen met de HEERE, onze God, zijn, door te wandelen overeenkomstig Zijn verordeningen en Zijn geboden in acht te nemen, zoals op deze dag.
Dat motto laat een heel klein beetje zien van onze kant van de relatie. Laat je hart helemaal dicht bij God zijn, wandel naar zijn voorschriften en houd je aan zijn regels. Een serieuze oproep, maar het lijkt wel of het
meer dan ooit nodig is. Blijf dicht bij de Here Jezus. Want Hij alleen weet wat waar is en wat de moeite waard is. De wereld staat op zijn kop, de druk op mensen is groter dan ooit. Om keuzes te maken die je helemaal niet wilt maken, om te doen wat scholen opleggen, om te doen wat werkgevers of de regering opleggen, in een wereld waarin niets meer zeker is en die letterlijk opdroogt en in brand staat. Blijf dicht bij de Here Jezus is niet alleen belangrijk voor jou zelf. Het is ook belangrijk voor de kerk. De kerk heeft mensen nodig die offers brengen, die hun tijd, ja hun leven aan God willen geven in plaats van aan alles wat je in het leven kan bezighouden. Zoek eerst het Koninkrijk van God en al het andere krijg je bovendien, zegt de Bijbel. Er zit een groot verschil tussen een taak uitvoeren in de kerk of echt deel willen zijn van het Koninkrijk van God. Onderzoek jezelf waar je staat, waar je prioriteiten liggen en wat je wilt. Ik hoop dat je kiest voor het Koninkrijk van God! We hebben je daar nodig! In Hebreeën 13 staat in vers 5 en 6 vrij vertaald:
Wees tevreden met wat je hebt want God heeft gezegd: Ik zal je beslist niet loslaten en Ik zal je beslist niet verlaten. En daarom kan je zeggen: De Heer is voor mij een helper en ik hoef niet bang te zijn, want wat kan
een mens mij dan nog doen?
Aan het begin van het seizoen vond ik dit zo’n mooie bemoediging! God laat ons niet los, God verlaat ons niet, God is voor ons een helper, wij hoeven niet bang te zijn en zeker niet voor wat een mens ons kan doen.
Dit staat in de Bijbel en als we dat nou eens vast kunnen houden bij alles wat op ons pad komt. Dit gedeelte uit Hebreeën 13 verwijst naar Psalm 118, vers 5 en 6.
5. Uit de benauwdheid heb ik tot de HEERE geroepen, de HEERE heeft mij verhoord en in de ruimte gezet. 6. De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd. Wat kan een mens mij doen? In Het Boek staat in vers 6: De Here is dichtbij mij. Zo dichtbij dat Hij kan ingrijpen als het nodig is. Dat Hij in ons oor kan fluisteren als dat nodig is. Dat Hij een arm om ons heen kan slaan als dat nodig is. Dat is een heel klein stukje van Gods’ aandeel in zijn relatie met ons. Zoals God in de middag in de wind wandelde in de hof van Eden en op zoek was naar de mens, zo wil Hij het nog steeds. Dat moet nu in een gebroken wereld, maar dezelfde relatie tussen God en mens kan nog steeds bestaan. Soms lijkt het alsof God helemaal niet dichtbij is. Alsof Hij aan de andere kant van de wereld is en ons niet ziet of hoort. Maar Gods’ Woord is waarheid. En daar is geloof voor nodig. Het geloof waardoor je blijft geloven en het een zekerheid wordt, waardoor je kunt zeggen: De Here is dicht bij mij, ik ben nergens meer bang voor. Want wat kan een mens mij nu nog aandoen? Relatie met God komt van twee kanten. Relatie met God is ons motto, maar is ook de nabijheid van God!
Gerdo